Eetstoornis, een web van leugens

Een eetstoornis is een monster dat erin sluipt. Het maakt veel meer kapot dan je in eerste instantie misschien denkt. Niet alleen je kind maar ook jij, als ouder, raakt verwikkeld in een web van calorieën, schijncontrole, wel eten, niet eten, onbegrip, onmacht en leugens.

Misschien gaat het om een kleine leugen. Misschien gaat het om een grote leugen.
Spreekt je kind dit keer wel de waarheid? Zie jij dingen die er misschien niet zijn?De eetstoornis van je kind heeft je inmiddels al zoveel wijs gemaakt. Wat is tegenwoordig nog de waarheid?

3320409558_0b46b90f4c_z.jpg

Je probeert je kind te geloven en je overtuigt jezelf ervan dat hij of zij de waarheid spreekt. Toch weet je diep vanbinnen dat dit helaas niet altijd zo is. Waar komen die leugens vandaan?

Ik ben je ouder denk je. Tegen mij kun je eerlijk zijn. Heus; ik word niet boos.
De leugens worden gecreëerd vanuit de eetstoornis. Hoe vaster je kind in de eetstoornis zit, hoe moeilijker hij of zij tegen de eetstoornis kan ingaan. Er wordt meegegaan in de wil van de eetstoornis, er wordt naar geluisterd. Ook als dit betekent dat de waarheid naar de buitenwereld wat verdraaid moet worden.
 
Waar komen al die leugens vandaan? Waarom zijn ze nodig? Het komt voort uit angst, onzekerheid en er wordt geloofd in de eetstoornis. De eetstoornis voedt twee kanten. Je sterke kant als je doet wat de eetstoornis wil en je onzekere/angstige kant als je ‘faalt’ volgens de eetstoornis. Je past je leugens aan op de dingen die je worden wijsgemaakt.

Althans, zo ging het bij mij.

De gedachten die gecreëerd werden door de eetstoornis werden mijn waarheid dus daar paste ik mijn leven op aan. Ook als ik hierdoor moest liegen tegen mijn familie, vrienden of naasten. Smoesjes als ik heb geen honger, ik heb al gegeten, door alle drukte ben ik wat afgevallen tot ik ben echt naar therapie geweest vandaag.
 
Het vertrouwen was beschadigd. Hoe heb ik dat teruggewonnen? Is dat mogelijk?
Ik vroeg dit een tijd geleden aan mijn zus en zij zei: ‘’Naarmate het beter met je ging, je stappen begon te zetten en een deel van je masker afzette, besloot ik je weer te vertrouwen. Ik heb er niks aan om bij alles wantrouwig te blijven dus op een dag besloot ik dit niet meer te zijn. Ik kan je namelijk niet redden. Dat moet je zelf doen’’.

En mama, papa? vroeg ik.
Die hebben moeten loslaten zei mijn zus. Loslaten dat zij mijn problemen niet kunnen oplossen. Dat het een gevecht is die ik zelf moest aangaan. Met de nodige hulp en steun van de omgeving. Ja, de leugens zorgden voor een scheur. Het was kwetsend en verdrietig. Als ouder moet je dit een plekje geven.

Wij als mama, papa, broers of zussen zullen altijd een bepaalde antenne houden. Een terugval, een mindere dag, vallen en opstaan. Het hoort er allemaal bij. Iedereen in het gezin moet dit monster, de eetstoornis, op zijn eigen manier een plekje geven.

love.jpg

Voor elke ouder; het vertrouwen komt terug. Elke dag een beetje meer. Acceptatie en loslaten zijn de sleutelwoorden. En tijd. Geef het tijd.

Fotografie 

Ik herken haar niet meer, hoe kan dat?

“Vroeger was mijn dochter een vrolijk, sociaal en eerlijk meisje. Ze had altijd veel te vertellen, zat nooit stil, had veel vriendinnen en was altijd eerlijk tegen mij over hoe ze zich voelde. Toen ze ziek werd, veranderde dat. Van dat vrolijke meisje dat ze was, veranderde ze in een stil en teruggetrokken iemand. Ze kwam nooit meer gezellig beneden zitten, maar ging altijd direct naar boven. De hele avond zat ze dan in haar eentje op haar kamer. Er kwamen geen vriendinnen meer over de vloer. Ik heb weleens gevraagd waarom er niemand meer kwam, maar ik kreeg dan als reactie dat ik haar gewoon met rust moest laten. Het ergste vond ik nog wel dat ze begon met liegen. Als ik aan haar vroeg of ze had gegeten, zei ze altijd van wel. Het deed me pijn om er elke keer weer achter te komen dat ze had gelogen. Hetzelfde geldt voor overgeven. Ze hield mij en mijn man voor de gek. Ik wilde haar wel op haar woord vertrouwen, maar het werd steeds lastiger. Onze band verslechterde daardoor. Ik herkende mijn eigen kind gewoon niet meer terug.”

Het is onwijs lastig als je kind een eetstoornis heeft. Het is moeilijk voor te stellen dat jouw lieve, slimme, mooie dochter (of zoon) ervoor kiest om zichzelf kapot te maken. Uit alle macht probeer je het te stoppen. Je laat haar verplicht aan tafel met het gezin eten, je controleert haar, je complimenteert haar en probeert haar alle liefde en aandacht te geven die ze nodig heeft. Toch lijkt dit niet voldoende te zijn. De eetstoornis is sterker dan dat jij bent.

Het doet pijn om te zien dat je dochter zo in de greep wordt gehouden door deze verschrikkelijke ziekte. Voorheen genoot ze van het leven, maar nu zie je vooral haar verdriet. Je ziet hoe ongelukkig ze is. De paniek die er ontstaat op het moment dat ze moet eten, is voor jou heel moeilijk voor te stellen. Vroeger at ze heel graag pizza. Nu lijkt het net alsof ze bang is dat de pizza haar opeet, zó groot is de paniek. Ze is ontroostbaar als ze een stuk heeft gegeten, omdat ze zo bang is dik te worden terwijl jij heel goed weet dat ze echt niet dik hiervan wordt. Tegelijkertijd voelt het alsof ze jou als grootste vijand ziet, omdat ze tegen je liegt. Ze liegt over hoe ze zich voelt, over wat ze heeft gegeten en over of ze heeft gecompenseerd of niet.

 Fotografie: Kelly Sikkema, unsplash.com

Fotografie: Kelly Sikkema, unsplash.com

Het is goed om te beseffen dat eetstoornissen heel ver gaan. Als je dochter eenmaal in de greep van de eetstoornis zit, is het moeilijk om daar weer uit te komen. De eetstoornis zal continu trucjes bedenken om iedereen voor de gek te houden, zodat de eetstoornis kan blijven bestaan. Je dochter is vaak ook bang om de eetstoornis los te laten, omdat het een enorme strijd in haar hoofd wordt op het moment dat zij er weer voor kiest om normaal te eten.

Je moet je voorstellen dat jouw dochter bij wijze van een stem in haar hoofd heeft die haar vertelt dat ze niet goed genoeg is. Ze denkt dat ze te dik en lelijk is en dat ze er eigenlijk niet echt toe doet in het leven. Het is moeilijk om je dat voor te stellen als je haar voor je gevoel heel liefdevol hebt opgevoed en ze veel vriendinnen heeft, maar toch zitten deze overtuigingen in haar. Die overtuigingen maken dat het voor haar zo moeilijk is om ‘gewoon normaal te eten’. Elke keer als ze eet, krijgt ze direct het gevoel dat het te veel was, omdat ze het eigenlijk niet mocht van zichzelf. Ze is het niet waard om te eten.

Het is goed om een onderscheid te maken tussen jouw kind en de eetstoornis. Jouw kind is tenslotte niet de eetstoornis, maar heeft een eetstoornis. Heel veel gedrag komt voort uit haar eetstoornis. Verstandelijk weer ze echt wel dat het gedrag niet goed is, maar haar gevoel zegt wat anders. Probeer dus goed de signalen op te pikken wanneer de eetstoornis de overhand neemt. Vermijd bijvoorbeeld eindeloze discussies over wel of geen aardappelen bij het avondeten. De eetstoornis zal smoesjes bedenken waarom ze geen aardappelen hoeft te eten of waarom ze alleen maar voor de kleinste aardappeltjes hoeft te gaan, maar ga daar niet in mee. Aardappelen horen erbij en jouw dochter moet deze dus ook gewoon eten. Benoem ook dat je niet met de eetstoornis in discussie gaat. Dit is het en daar moet ze het mee doen.

Probeer ook in gesprek met haar te gaan en benoem wat je allemaal ziet. Je kan dus zeggen wat haar gedrag met jou doet. Het is belangrijk om het hier echt bij jezelf te houden. Geef haar niet de schuld, want dat kan een hoop frustratie en verdriet oproepen. Geef aan dat je haar wilt helpen, maar dat je niet zo goed weet hoe en probeer een plan te maken hoe jullie er samen voor kunnen zorgen dat ze stapjes in de goede richting gaat zetten.

Je dochter sluit zich misschien wel af van de buitenwereld, maar dat betekent niet dat ze geen sociale contacten wil. Diep vanbinnen hunkert ze naar warmte, aandacht en liefde. Probeer dit haar ook te geven, ondanks dat het lijkt alsof ze dat niet wil. Laat haar niet vallen op het moment dat ze jou juist het hardst nodig heeft.

Wat niet zeggen tegen jouw kind met een eetstoornis

Het is heel moeilijk om jouw kind met een eetstoornis te begrijpen als je zelf geen eetstoornis hebt gehad. Voor jouw gevoel heb je er waarschijnlijk alle aan gedaan om jouw zoon of dochter gelukkig te maken, maar toch is die eetstoornis in zijn of haar leven geslopen. Dit kan voor een hoop onbegrip zorgen. Wat kan je nou beter niet zeggen tegen jouw kind met een eetstoornis en waarom niet?

1. Je hebt niet heel erg ondergewicht dus het valt wel mee
Veel mensen hebben het beeld dat eetstoornispatiënten allemaal extreem mager zijn. Logisch ook, want dat is wat we vaak te zien krijgen als eetstoornissen bijvoorbeeld in de media komen. Toch heeft niet elke eetstoornispatiënt ondergewicht. Het kan dus heel goed zijn dat jouw kind wel degelijk een ernstige eetstoornis heeft zonder dat ze heel erg ondergewicht heeft.

32704717565_309efe7dee_z.jpg

Op het moment dat jij benoemt dat jouw kind nog geen ondergewicht heeft, zal hij of zij meteen denken dat de eetstoornis niet ernstig genoeg is om serieus te worden genomen. De ernst van de eetstoornis hangt niet af van het gewicht. Het gewicht kan dan soms nog wel ‘gezond’ zijn, maar vanbinnen kan er al een hoop schade zijn aangericht door de eetstoornis. Ook gaat het om de strijd in het hoofd van jouw kind.

2. Ik zie dat je bent aangekomen. Fijn dat het weer beter met je gaat!
Aankomen in gewicht betekent niet dat de eetstoornis weg is. Veel behandelingen zijn wel gericht op het aankomen van gewicht, maar vaak is de strijd in het hoofd van jouw kind dan het hevigst. De eetstoornis is ook niet meteen weg als jouw kind weer normaal eet, want nogmaals: het gaat om de strijd in het hoofd. Deze opmerking kan echter wel pijn doen bij mensen met eetstoornissen, omdat zij voorheen door middel van hun gewicht of eetpatroon konden laten zien dat het niet goed met ze ging. Eetstoornispatiënten zijn heel bang dat mensen niet in de gaten hebben dat het niet goed met ze gaat en dat gevoel wordt bevestigd door bovenstaande opmerking.

3. Je eet nog gewoon dus je hebt niet een echte eetstoornis
Mensen denken ook vaak dat eetstoornispatiënten helemaal niks eten, maar dat is echt een misvatting. De meeste eetstoornispatiënten eten namelijk wel, maar heel weinig, juist heel veel of ze compenseren het weer. Een eetstoornis is veel meer dan wat je ziet.

4. Iedereen heeft weleens een eetbui
Zeggen dat iedereen weleens een eetbui heeft en dat je je daar echt niet druk om hoeft te maken, is goed bedoeld, maar voor iemand met een eetstoornis niet fijn om te horen. De eetbuien die mensen met boulimia of BED kan je niet vergelijken met de eetbuien die we allemaal weleens hebben. Door dit te zeggen, maak je het probleem kleiner dan het is en kan jouw kind zich niet serieus genomen voelen. Probeer in plaat daarvan met jouw kind in gesprek te gaan over de eetbuien en wat dat voor jouw kind betekent.

5. Je kan toch wel gewoon normaal eten
Een eetstoornis geen kwestie van gewoon weer normaal gaan eten. Vaak weten eetstoornispatiënten zelf ook dat het niet normaal is hoe zij met eten omgaan. De meesten hebben ook al geprobeerd om weer normaal te gaan eten, maar als dat zo makkelijk was, dan hadden er geen eetstoornisklinieken bestaan. Er speelt namelijk altijd een hoop in iemands leven waardoor de eetstoornis is ontstaan. De eetstoornis is een coping mechanisme, oftewel een ‘manier van omgaan met’. Vaak is de eetstoornis dus een manier van omgaan met heftige gebeurtenissen, trauma’s, onzekerheden en moeilijke emoties. Als zulk soort zaken niet opgelost worden, zal het altijd moeilijk blijven om weer ‘normaal’ te gaan eten.

6. We zijn allemaal weleens op dieet
Deze opmerking is ook goed bedoeld, omdat je hiermee waarschijnlijk het gedrag van jouw kind wat wilt normaliseren, waardoor hij of zij zich wat minder ziek voelt. Toch is dit niet een helpende opmerking, omdat het dan kan voelen alsof de eetstoornis niet serieus genomen wordt. Een eetstoornis is namelijk wat anders dan gewoon even op dieet zijn. Een eetstoornis is een ernstige psychische stoornis.

7. Wat fijn dat je moet aankomen! Dan kan je lekker friet en appeltaart eten
De achterliggende gedachte van zo’n opmerking is waarschijnlijk dat er positief gekeken moet worden naar het feit dat jouw kind aan moet komen. Toch kan dit pijn doen, omdat het niet zo simpel ligt voor mensen met een eetstoornis. Mensen zonder eetstoornis zouden hier zeker naar uitkijken, maar voor mensen met eetstoornis roept dit vooral veel paniek en angst op.

8. Je hebt vandaag normaal gegeten dus het gaat vast weer goed met je
Het is jammer genoeg niet zo dat de eetstoornis weg is als iemand weer normaal eet. Dat lijkt natuurlijk wel zo, omdat een eetstoornis zich uit in het eten. Het is daarom niet gek dat mensen denken dat de eetstoornis over is als iemand weer normaal eet. De symptomen van de stoornis zijn dan eigenlijk wel minder, maar dat betekent niet dat de strijd in het hoofd van iemand is afgenomen.  

7322468982_0004559a97_z.jpg

9. Je bent echt niet mooi hoor met dat ondergewicht
Met deze opmerking wil je waarschijnlijk jouw kind motiveren om aan te komen, omdat ondergewicht vaak ook gewoon niet mooi is. Toch is dit enorm kwetsend en juist niet motiverend. Je kind heeft er niet bewust voor gekozen om een eetstoornis te ontwikkelen en ondergewicht te krijgen. Ze heeft ook geen ondergewicht omdat ze dat mooi vindt. Ze heeft ondergewicht doordat ze ziek is.

10. Je ziet er goed uit
Mensen met een eetstoornis vinden het vaak moeilijk om te horen dat ze er goed uitzien en al helemaal als zij weer een normaal gewicht bereiken. Er ‘goed uitzien’ staat in hun hoofd gelijk aan ‘dik’ zijn en dat is nou net wat ze niet willen. Het is natuurlijk ontzettend goed bedoeld om te zeggen dat iemand er goed uitziet, maar bij mensen met eetstoornissen moet je hier even extra bij oppassen. Als je het toch wilt zeggen, geef dan ook gelijk aan dat je daar niet mee bedoelt dat jouw kind dik is.

Fotografie 1
Fotografie 2

Hoe omgaan met jouw kind met een eetstoornis?

1. Liefde geven
Met liefde & verbinding bereik je meer dan met boosheid. Maak de eetstoornis bespreekbaar en probeer ook de schaamte- en schuldgevoelens bespreekbaar te maken. Wordt niet boos als je kind weer een keer een maaltijd heeft overgeslagen of als je weet dat ze over heeft gegeven of weer een eetbui heeft gehad. Onderzoek samen met jouw kind hoe het komt dat dit gebeurde.

2. Kies voor herstel
Geef aan je kind aan dat het er niet voor gekozen heeft een eetstoornis te krijgen, maar dat het wel kan kiezen voor herstel. Werken aan herstel is een proces wat met vallen op opstaan gepaard gaat. Spreek je vertrouwen uit, ook al heb je soms het gevoel dat het een gebed zonder einde is. Het kan echt goed komen.

3. Je staat er niet alleen voor
Geef je kind aan dat het het herstel niet alleen hoeft te doen. Geef aan dat je je kind daar graag bij wilt helpen en dat je graag wilt leren hoe je jouw kind beter kunt leren begrijpen. Hiervoor dien je je als ouder ook kwetsbaar op te stellen.

4. Eetstoornis staat los van het kind
Jouw kind is ziek, maar je kind is niet de eetstoornis. Zie de eetstoornis los van je kind. Soms kunnen ouders zelfs letterlijk zien wanneer ze met hun ‘echte’ kind te maken hebben en wanneer ‘de eetstoornis van hun kind’ aan het woord is.

 5. Schakel hulp in voor je kind
De eetstoornis is een coping mechanism waarmee onderliggende pijn wordt gemaskeerd. De eetstoornis heeft een functie en daar moet aandacht aan worden besteed. Alleen herstellen van eten en gewicht betekent geeft vaak geen lange termijn resultaat. Terugval ligt op de loer.

8031604654_6d51dd419d_z.jpg

6. Klik met hulpverlener
De klik tussen jouw kind en de hulpverlener is cruciaal. Indien er geen klik is met de hulpverlener dan zal jouw kind zich niet vertrouwd en begrepen voelen. Herstel zal dan moeizaam gaan.

7. Complimenten geven
In het herstel zal je kind met name leren om weer van zichzelf te gaan houden. Daarbij kan het heel wat complimenten en alle steun en support van jou gebruiken. Pas op met het maken van lichaamsgerelateerde complimenten. Je kind kan dat verkeerd opvatten “Oh nee, iedereen ziet dat ik ben aangekomen. Nu ben ik weer dik!”

8. Ook jij verdient hulp
Zoek ook hulp voor jezelf over hoe je met jouw kind kunt omgaan. ISA Power organiseert lezingen en bidet ook ondersteuning aan ouders. Daar leer je o.a hoe je uit de Dramadriehoek kan blijven, grenzen kan stellen en hoe je op een liefdevolle manier de confrontatie aangaat met jouw kind en de eetstoornis. Maak afspraken met de hulpverlener hoe jullie thuis de eetmomenten kunnen organiseren.

9. Vallen en opstaan hoort erbij
Terugval komt regelmatig voor en is niet gek of raar. Het betekent simpelweg dat er opnieuw moet worden stilgestaan. Het is een moment voor reflectie; wat maakt dat ik nu terugval, en wat is er wel goed gegaan?

10. Goed zorgen voor jezelf
Zorg vooral ook goed voor jezelf. De reis op weg naar het herstel van jouw kind kan soms een lange barre tocht zijn. Daarbij is het belangrijk dat je vooral ook goed voor jezelf blijft zorgen. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat je als ouders samen een goede afstemming hebt, zodat de eetstoornis niet tussen de ouders in gaat staan.

Fotografie

Waarom gaat ze niet gewoon eten?

Een van de meest gestelde vragen van ouders of partners van iemand met een eetstoornis is de vraag ‘waarom eet je niet gewoon?’ Het is zo begrijpelijk dat deze vraag wordt gesteld. Je ziet je geliefde langzaam maar zeker verdwijnen in de eetstoornis. Iemand eet niet meer of lijkt juist niet meer te kunnen stoppen als ze eet. Je snapt het niet, want iedereen weet toch dat je niet dik wordt als je gewoon normaal eet? Waarom ziet zij dat niet? En zo moeilijk is het bovendien toch ook niet om gewoon na een paar koekjes te stoppen met eten?

Hoe gek het ook klinkt; een eetstoornis gaat niet over eten. Natuurlijk is het wel gelinkt aan eten, want iemand kan niet meer op een normale manier met eten omgaan, maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Net als dat een drugsverslaving niet alleen over drugs gaat. Het is begrijpelijk dat je wel gefocust bent op het eten, want we hebben eten nodig om in leven te blijven. We maken ons dan ook grote zorgen als iemand stopt met eten of al het eten weer uitkotst. Toch gaat het daar niet om. Er is echter een reden waarom iemand een eetstoornis krijgt of waarom iemand verslaafd raakt. Dat is nou precies ook de reden waarom het niet meer lukt om gewoon te eten.

Als je aan iemand met een eetstoornis vraagt waarom ze niet normaal eet, zal waarschijnlijk een eerste reactie zijn dat ze bang is om dik te worden. Dik worden is vaak een grote angst, want achter die angst schuilt een nog grotere angst. Mensen met eetstoornissen zijn bang dat ze dan niet meer geaccepteerd zullen worden, dat anderen niet meer met hen om willen gaan, dat ze falen en mislukt zijn.

Je ontwikkelt niet zomaar een eetstoornis. Een eetstoornis wordt ook wel een coping mechanisme genoemd. Het is dus een overlevingsstrategie van iemand. Het geeft veiligheid en is een houvast. Angst om de controle kwijt te raken, is ook een veelgenoemde reden bij eetstoornispatiënten. Elke genomen hap voelt als het loslaten van de controle terwijl ze die controle juist zo fijn vinden. Het hele leven loopt mis, maar over het eten en hun lichaam hebben ze in ieder geval nog wel controle. Eetstoornispatiënten zijn vaak (onbewust) opzoek gegaan naar een manier van omgaan met vervelende gebeurtenissen. Het is een houvast geworden en het kan dus iemand best wel wat opleveren. Dat maakt het zo moeilijk om het los te laten en weer gewoon te gaan eten.

 Fotografie Daniele Brown

Fotografie Daniele Brown

Als iemand met een eetstoornis eet, ontstaat er een gigantische tweestrijd in het hoofd. Aan de ene kant weten ze dat het normaal is om te eten en kunnen ze heel goed bedenken dat ze daar echt geen kilo’s van aankomen. Aan de andere kant ontstaan er gevoelens van angst, schuld en schaamte. Wat als ze dik worden van het eten? Ze hadden het niet moeten doen, ze hebben het niet verdiend om te eten. Een enorm schuldgevoel kruipt omhoog.

Eten hebben we nodig om in leven te blijven, maar laat het leven nou net iets zijn waar de meeste eetstoornispatiënten zo verschrikkelijk veel moeite mee hebben. Hoe moet je leven? Wat wordt er van je verwacht? Hoe moet je je gedragen tegenover anderen? Mensen met eetstoornissen hebben vaak zoveel twijfels, angsten en onzekerheden over het leven. Ze zijn bang voor het leven. Gewoon weer gaan eten, betekent dat je weer kiest voor het leven terwijl ze dat juist zo moeilijk vinden.

Het is van groot belang dat jouw partner of kind gaat onderzoeken wat voor haar de achterliggende redenen zijn van het niet meer normaal kunnen eten. Het kan best een tijd duren voordat iemand daar helemaal achter is, omdat het vaak een confronterend, moeilijk proces is. Mensen worden met zichzelf en hun angsten geconfronteerd en dat is lastig. 

Ik begrijp dat je als omstander de behoefte voelt om tegen je partner of kind te zeggen dat ze weer gewoon normaal moet gaan eten, maar ik hoop dat je door deze blog tot wat meer inzicht bent gekomen over waarom het niet zo ‘gewoon’ voor iemand is. Het heeft ook geen zin om elke keer te benoemen dat iemand gewoon weer moet gaan eten. Dat zorgt namelijk voor weerstand, omdat degene met de eetstoornis dat zelf ook wel weet. Het is geen kwestie van niet willen, maar van tijdelijk even niet meer kunnen vanwege al die achterliggende redenen.

Probeer de ander te steunen en aan te moedigen om de achterliggende redenen te onderzoeken. Dit kan door middel van therapie met bijvoorbeeld een psycholoog of een ervaringsdeskundige. Laat weten dat je klaarstaat en graag wilt helpen met het eten en met het onderzoeken van de achterliggende redenen, maar dat de ander aan moet geven hoe jij dat het beste kan doen. Op die manier geef je steun en aandacht, maar dring je jezelf niet op en laat je de verantwoordelijkheid bij de ander.

Fotografie